„Dem Wetter entsprechend trug er einen hellgrauen Baumwollrolli zur Edeljeans und ausnahmsweise keine Hosenträger.“
Naar het weer gekleed droeg hij een lichtgrijze katoenen coltrui bij een luxejeans en bij uitzondering geen bretels.
„Auf dem nassen Randstreifen lag ein gut genährter Mittvierziger, rasierte Glatze, Edeljeans, weißes Hemd mit so guter Passform, dass es maßgeschneidert sein konnte, italienische Lederslipper in Dunkelblau.“
Op de natte randstrook lag een goeddoorvoede veertiger, geschoren kale kop, luxejeans, wit overhemd met zo een goede pasvorm dat het maatwerk kon zijn, donkerblauwe Italiaanse loafers.