„Der Junge kommt wieder herein, gibt Spülmittel hinzu, streift sich ein Paar Einweghandschuhe über und beginnt, die Teegläschen einzuschäumen.“
„De jongen komt weer binnen, voegt afwasmiddel toe, trekt een paar wegwerphandschoenen aan en begint de theeglaasjes in te zepen.“
„Ich hörte das Quietschen von Gummi und begriff, dass sich einer von ihnen einen Einweghandschuh überzog.“
„Ik hoorde het piepen van rubber en begreep dat een van hen een wegwerphandschoen aantrok.“