„Jamal winkte Keishaun vorzugehen, und die beiden Männer schoben sich durch die massige, mit Schnitzereien verzierte Eichentür, deren Eisenscharniere, rot vom Rost, knarrten.“
„Jamal wenkte Keishaun om voor te gaan, en de beide mannen drongen zich door de massieve, met snijwerk versierde eiken deur, waarvan de ijzeren scharnieren, rood van de roest, kraakten.“