„Er schloss die Augen für einen Moment, nahm dann den Eisschaber aus dem Wagen, kratzte vorne und hinten ein Guckloch frei und setzte sich in den kalten Wagen.“
"hij sloot even zijn ogen, pakte toen de ijskrabber uit de auto, krabde voor en achter een kijkgat vrij en ging in de koude auto zitten."
„In den Fächern der Innentüren befanden sich ein Eisschaber, eine Parkuhr und ein Schwämmchen zum Säubern der Scheibe.“
"in de vakken van de binnendeuren bevonden zich een ijskrabber, een parkeerschijf en een sponsje voor het schoonmaken van de ruit."