jemand, der andere Menschen gegen ihren Willen an einen anderen Ort bringt, um dadurch ein Lösegeld zu erpressen
Die Entführer übermittelten den Angehörigen des Entführungsopfers ihre Lösegeldforderung.
De ontvoerders gaven de verwanten van het ontvoeringsslachtoffer hun losgeldeis door.
„Erst am folgenden Mittag verteilen die Entführer ein paar Kolben Mais und Kochbananen aus einem Dorf, dessen Bewohner rechtzeitig geflohen sind.“
„Pas de volgende middag delen de ontvoerders enkele kolven maïs en bakbananen uit uit een dorp waarvan de bewoners op tijd gevlucht zijn.”