Mit Entsetzen stellte er fest, dass er von Feinden umgeben war.
Met ontzetting stelde hij vast dat hij door vijanden was omringd.
„Er ſieht das Entſetzen in ihrem Geſicht, ihr Unterkiefer fängt an zu zittern, über das alte, faltige Frauengeſicht laufen Tränen …“
"Hij ziet de ontzetting in haar gezicht, haar onderkaak begint te trillen, over het oude, rimpelige vrouwengezicht lopen tranen ..."