„Ich trug eine Scheibe Braten und Kartoffelpüree an unseren Tisch, und Papa trug einen Erbseneintopf mit Speck und Würstchen an unseren Tisch.“
„Ik droeg een plak gebraad en aardappelpuree naar onze tafel, en papa droeg een erwtenstoofpot met spek en worstjes naar onze tafel.“