„Erdklumpen prallen dumpf auf den hohlen Deckel, und er beginnt sein Leben als Halbwaise, er trägt den Tod seiner Mutter, den er noch gar nicht begriffen hat, in sich.“
„Aardkluiten vallen dof op het holle deksel, en hij begint zijn leven als halfwees, hij draagt de dood van zijn moeder, die hij nog helemaal niet heeft begrepen, in zich.“
„Dee Witt hob noch einen Erdklumpen auf und warf damit.“
„Dee Witt raapte nog een aardkluit op en gooide ermee.“