„Feine Fältchen spannten sich über ihren Nasenrücken.“
„Fijne rimpeltjes spanden zich over haar neusrug.“
„Durch die Arbeit im Garten hat sie einen frischen Teint, aber an den Augen zeigen sich immer mehr kleine Fältchen.“
„Door het werk in de tuin heeft ze een frisse teint, maar bij de ogen komen steeds meer kleine rimpeltjes tevoorschijn.“