„Zu den fachsprachlichen Barrieren gehören im Wesentlichen Fachbegriffe, Nominalstil, Passivstil und Täterverschweigung, lange Sätze (Satzgefüge und Schachtelsätze), Genitiv- und Präpositionalkonstruktionen, überlange Wortzusammensetzungen, kurz ein redundanzloser Stil…“
"Tot de vaktalige barrières behoren in wezen vakbegrippen, nominale stijl, passieve stijl en verzwijging van de dader, lange zinnen (samengestelde zinnen en ingebedde zinnen), genitief- en voorzetselconstructies, overlange woordsamenstellingen, kortom een stijl zonder redundantie..."