„Neben einem abgewrackten Bauernhof geht ein Bauer am Feldrain entlang.“
„Langs een vervallen boerderij loopt een boer langs de akkerzoom."
„Am Ende der Siedlung, am Feldrain beim Wald, lag Großvaters Garten.“
„Aan het eind van de nederzetting, bij de akkerzoom aan het bos, lag de tuin van grootvader."