„Auch in den Luken und den Fensterhöhlen wurden Köpfe sichtbar, die mit angespannten Mienen hinausspähten.“
„Ook in de luiken en de raamopeningen werden hoofden zichtbaar, die met gespannen gezichten naar buiten gluurden.“
„Man sah an den Fensterhöhlen dunkle Gestalten, die Decken davorhängten.“
„Men zag bij de raamopeningen donkere gestalten, die er dekens voor hingen.“