Zoek woordenschat...
Woordenboek
Een Duits woord dat je nog niet snapt? 🌱
der Ferientag - Meaning: vakantiedag - BlauBerry
Ferientag
der
[ˈfeːʁiənˌtaːk]
Zelfstandig naamwoord
Meervoud: Ferientage
Definities
1
vakantiedag
- dag in de vakantie
Tag in den Ferien
„Am letzten
Ferientag
ging ich noch einmal die Rudolf-Harbig-Straße lang.“
„Op de laatste vakantiedag liep ik nog een keer door de Rudolf-Harbig-Straße.“
Zelfstandig naamwoord