„Tausende Kleine Rote Waldameisen wuseln über den Berg aus Fichtennadeln und zersetzter Rinde.“
„Duizenden kleine rode bosmieren krioelen over de berg van sparrennaalden en verteerde schors.“
„Sie blieben nicht auf den Wegen, sondern gingen über den weichen Boden aus Fichtennadeln.“
„Zij bleven niet op de wegen, maar gingen over de zachte bodem van sparrennaalden.“