verholzte Frucht der Fichte, bei der die Samen schuppenartig um eine Achse zu einem Zapfen angeordnet sind
„Nach dem Vorbild der Vermehrung von Pinien und Zypressen, die schon Autoren in der Antike beschrieben hatten, ließ er Fichtenzapfen pflücken und deren Samen aussäen.“
„Naar het voorbeeld van de vermeerdering van pijnbomen en cipressen, die al auteurs in de oudheid hadden beschreven, liet hij sparrenkegels plukken en de zaden ervan uitzaaien.“