Leiter eines Finanzministeriums, der Verantwortliche für die Verwaltung der Finanzen eines Staates
Schon zuvor - bei der Debatte um die Verlegung des Nationalfeiertags - hatte sich der Regierungschef vom Finanzminister falsch informiert gefühlt.
Al eerder - bij het debat over de verplaatsing van de nationale feestdag - had de regeringsleider zich door de minister van financiën verkeerd geïnformeerd gevoeld.
„Regierungschefs und Finanzminister setzten im Rahmen von G7 und G20 ihre Telefonkontakte fort.“
„Regeringsleiders en ministers van financiën zetten in het kader van G7 en G20 hun telefonische contacten voort.“