„Mit einem Hammer zertrümmert ein Laborant das Stück eines Fingerknochens.“
“Met een hamer slaat een laborant het stuk van een vingerbot kapot.”
„Sie fühlte heftige Schmerzen nur in den unteren Fingerknochen und preßte ihre Hände.“
“Ze voelde hevige pijn alleen in de onderste vingerbotten en drukte haar handen tegen elkaar.”