„Ich ziehe mir eine Goretex-Jacke über Wollpullover und Fleecejacke, setze mir meine neue Mütze auf und schlüpfe in die Handschuhe.“
“Ik trek een goretex-jas aan over wollen trui en fleecejack, zet mijn nieuwe muts op en schiet in de handschoenen.”
„Ich trug bereits meine am Vortag angeschafften Wanderhosen und eine ebenfalls neue, flauschig gelbe Fleecejacke.“
“Ik droeg al mijn de vorige dag gekochte wandelbroek en een eveneens nieuw, pluizig geel fleecejack.”