„Wie ein Hamster häufte er Fressalien auf Fressalien.“
„Als een hamster stapelde hij vreetwaar op vreetwaar.“
„Die ganzen Fressalien kamen rausgeschossen und flogen mindestens ’n Meter weit aus ihrem Maul in ’n Dreck.“
„Al dat vreetwaar kwam eruit geschoten en vloog minstens een meter ver uit zijn bek de modder in.“