„werde … gehen“ in dem Satz „Ich werde in dem Supermarkt einkaufen gehen“ ist ein Beispiel für Futur I.
„zal … gaan“ in de zin „Ik zal in de supermarkt boodschappen gaan doen“ is een voorbeeld van futurum I.
„Nicht selten ist die Vermutung beim Gebrauch des Futur I stärker als der Verweis auf die Zukunft.“
„Niet zelden is het vermoeden bij het gebruik van futurum I sterker dan de verwijzing naar de toekomst.“