Der Hund lief weg, weil die Gartenpforte offen war.
De hond liep weg omdat de tuinpoort openstond.
„Man könnte die kräftigen Vierkantstücke aus den Trümmern ziehen, sie zu Zaunpfählen verarbeiten, zu Gartenpforten oder als Abdeckbohlen auf Jauchegruben legen.“
„Men zou de stevige vierkante balken uit het puin kunnen trekken, ze tot paalwerk verwerken, tot tuinpoorten of als afdekplanken op gierkelders leggen.“