Gaunersprachen sind so gestaltet, dass sie von zufällig zuhörenden Außenstehenden nicht verstanden werden können.
Boeventalen zijn zo gemaakt dat zij door toevallig meeluisterende buitenstaanders niet begrepen kunnen worden.
„Rotwelsch bedeutete schon im Mittelalter ›unverständliche Bettlersprache‹; und es blieb Sammelbegriff für die Geheimsprachen der am äußersten Rand der Gesellschaft existierenden Gruppen - später sagte man oft einfach Gaunersprache.“
„Rotwelsch betekende al in de middeleeuwen onbegrijpelijke bedelaarstaal; en het bleef verzamelbegrip voor de geheimtalen van de aan de uiterste rand van de samenleving bestaande groepen - later zei men vaak eenvoudig boeventaal.“