„Doch Betzelt, der früher Gebrauchtwagen verkauft hat, bockt die Autos nicht einmal hoch.“
„Maar Betzelt, die vroeger tweedehandsauto’s heeft verkocht, krikt de auto’s niet eens op.“
„Einmal fuhr Papa am Samstag nach dem Frühstück weg, um einen neuen Gebrauchtwagen zu kaufen, weil der Käfer so viele Macken hatte.“
„Een keer reed papa op zaterdag na het ontbijt weg om een nieuwe tweedehandsauto te kopen, omdat de Kever zoveel gebreken had.“