„Anita schriebt bei 5.: Frank ist ein Arschloch, ein Gefühlslegastheniker, ein Eisblock, autistisch, völlig verlangsamt, ignorant, phlegmatisch, bequem, unfähig mir etwas entgegenzusetzen.“
„Anita schreef bij 5.: Frank is een klootzak, een gevoelsblinde, een ijsblok, autistisch, volkomen vertraagd, ignorant, flegmatisch, gemakzuchtig, onbekwaam mij iets tegenover te stellen.“
„Gefühlslegastheniker: Betitelung für Menschen mit fehlender Empathie (sprich: Einfühlungsvermögen); wird häufig Männern unterstellt.“
„Gevoelsblinde: benaming voor mensen met ontbrekende empathie (namelijk: inlevingsvermogen); wordt vaak aan mannen toegeschreven.“