„Ich schraube eine Flasche auf und schüttle mir eine glänzende dunkelrote Pille auf die Handfläche. Ich lecke daran. Es ist mit Zucker überzogene Schokolade. Andere sind mit Puderzucker gefüllte Gelatinekapseln.“
„Ik schroef een flesje open en schud een glanzende donkerrode pil op mijn handpalm. Ik lik eraan. Het is met suiker omhulde chocolade. Andere zijn met poedersuiker gevulde gelatinecapsules.”
„In einer Ecke des Zimmers ist eine Tüte Reis aufgerissen und über den Teppich verstreut worden, und daneben entdeckt Garvey ein weißes Pulver, wahrscheinlich Kokain, und etwa einhundert leere Gelatinekapseln.“
„In een hoek van de kamer is een zak rijst opengescheurd en over het tapijt verspreid, en daarnaast ontdekt Garvey een wit poeder, waarschijnlijk cocaïne, en ongeveer honderd lege gelatinecapsules.”