„Katell kleidete sich, wie Robert feststellte, noch immer mit der lässigen Eleganz eines Weltmannes, obwohl er stets in Geldverlegenheiten gesteckt hatte.“
„Katell kleedde zich, zoals Robert vaststelde, nog steeds met de nonchalante elegantie van een man van de wereld, hoewel hij steeds in geldgebrek had verkeerd.“
„Wenn Carl in Geldverlegenheit war, versetzte er immer seine Schreibmaschine.“
„Wanneer Carl in geldgebrek verkeerde, verpandde hij altijd zijn typemachine.“