Vor ihm türmen sich Teller mit Soßenklecksen und Häufchen von Gemüseschalen, Brotkrümel, wohin man sieht.
Voor hem torenen borden met sausvlekken en hoopjes groenteschillen op, broodkruimels waar men kijkt.
Seit Juli gab er einmal in der Woche eine kleine Schaufel ungelöschten Kalk über die Essensreste und Gemüseschalen.
Sinds juli gooide hij een keer per week een kleine schep ongebluste kalk over de etensresten en groenteschillen.