Am Ende des Arbeitstages schleppte er den Stress und die Gereiztheit oft mit nach Hause.
Aan het eind van de werkdag sleepte hij de stress en de geprikkeldheid vaak mee naar huis.
„Alle ihre Gereiztheit war plötzlich verschwunden, und ihre unruhigen, fragenden Augen hafteten in gieriger Erwartung an seinem Gesicht.“
„Al haar geprikkeldheid was plotseling verdwenen, en haar rusteloze, vragende ogen bleven in gretige verwachting aan zijn gezicht hangen.“