„Auf eines muss sich ein angehender Germanistikstudent aber gefasst machen: jede Menge Bücher.“
„Op één ding moet een aankomende germanistiekstudent zich echter voorbereiden: heel veel boeken.“
„Der Medizinstudent wird Arzt, der Justudent Rechtsanwalt und der Philosophie- oder Germanistikstudent? Lektor oder Taxifahrer.“
„De student geneeskunde wordt arts, de student rechten wordt advocaat en de student filosofie of germanistiek? Lector of taxichauffeur.“