„Das Motorfliegen erfordert ein beträchtliches navigatorisches Wissen und Können bzw. […] vestibuläre Belastbarkeit, Raumorientierungsvermögen und ein feinmotorisches Gespür für den Umgang mit der Maschine.“
“Het motorvliegen vereist aanzienlijke navigatiekennis en -kunde, belastbaarheid van het evenwichtsorgaan, ruimtelijk oriëntatievermogen en een fijngevoelig gevoel voor de omgang met de machine.”
Sein Gespür hat ihn nicht betrogen.
Zijn intuïtie heeft hem niet bedrogen.