Er tritt mit dem Gestus eines Gönners und Lebemanns auf.
Hij treedt op met de houding van een begunstiger en levensgenieter.
„Dem schwärmerischen Gestus des Um-den-Hals-Fallens folgte in der Regel der kritische Blick hinter die Fassade, der Euphorie die Nüchternheit und nicht selten Gefühle von Einsamkeit und Verzweiflung.“
„Op de dweperige houding van het elkaar om de hals vallen volgde in de regel de kritische blik achter de façade, op de euforie de nuchterheid en niet zelden gevoelens van eenzaamheid en wanhoop.“