„Je nach Umgebung und Stimmungslage des Konsumenten kann Haschisch ganz unterschiedliche Rauschzustände hervorrufen: Glücksgefühle oder Niedergeschlagenheit, Entspanntheit, Gereiztheit, Unruhe.“
„Afhankelijk van omgeving en stemming van de gebruiker kan hasj heel verschillende roestoestanden oproepen: geluksgevoelens of neerslachtigheid, ontspannenheid, prikkelbaarheid, onrust.“
„Macomber war von einem wilden ungestümen Glücksgefühl erfüllt, das er nie zuvor gekannt hatte.“
„Macomber was vervuld van een wild onstuimig geluksgevoel dat hij nooit eerder had gekend.“