„Um die Bilderchen und ihre Goldborte herum hingen zwei dicke Immortellenkränze mit schwarzen und weißen Schleifen daran, während auf dem kleinen, niedrigen Ofen eine Vase mit Zittergras stand.“
„Rond de plaatjes en hun goudgalon hingen twee dikke immortellenkransen met zwarte en witte strikken eraan, terwijl op de kleine, lage kachel een vaas met trilgras stond.”