„Es ging bei den Kontroversen um Grundsatzfragen, um den Kern des Christentums: nämlich um das Wesen Gottes, das Verhältnis des Gottessohnes zum Gottvater und die Möglichkeit der Erlösung.“
„Het ging bij de controversen om principiële vragen, om de kern van het christendom: namelijk om het wezen van God, de verhouding van de Godszoon tot de Godvader en de mogelijkheid van de verlossing.“
„Denn er sah keinen Widerspruch zwischen diesen beiden Religionen, die sich so ähnlich seien in ihrem klaren Monotheismus, ohne Erweiterung um einen Gottessohn, auch ohne die Macht der Kirche.“
„Want hij zag geen tegenspraak tussen deze beide religies, die zo op elkaar leken in hun heldere monotheïsme, zonder uitbreiding met een Godszoon, ook zonder de macht van de kerk.“