Zoek woordenschat...
Woordenboek
Een Duits woord dat je nog niet snapt? 🌱
Großtochter
die
[ˈɡʁoːsˌtɔxtɐ]
Zelfstandig naamwoord
Meervoud: Großtöchter
Definities
1
kleindochter
- kleindochter, dochtersdochter
Enkelin, Enkeltochter
„Seine zweite Ehe hatte er mit einer
Großtochter
des sächsischen Hofpredigers Salomon Winter geschlossen.“
„Zijn tweede huwelijk had hij gesloten met een kleindochter van de Saksische hofprediker Salomon Winter.“
Zelfstandig naamwoord