Teil des Wortschatzes, den jeder zuerst erlernen muss, der eine Sprache lernen will
Zum Grundwortschatz einer Sprache gehören wenige tausend Wörter, mit denen man einen sehr hohen Anteil der Texte verstehen kann, ohne die Wörter nachschlagen zu müssen.
Tot de basiswoordenschat van een taal behoren enkele duizenden woorden waarmee men een zeer groot deel van de teksten kan begrijpen zonder de woorden te hoeven opzoeken.
Will man, dass etwa 85% des Wortschatzes von Texten bekannt sein soll, beläuft sich der Grundwortschatz auf etwa 2500 Wörter.
Wil men dat ongeveer 85% van de woordenschat van teksten bekend moet zijn, dan omvat de basiswoordenschat ongeveer 2500 woorden.