„Auch hier kommt der Wirt mit einem lebenden Huhn zu uns, das er uns zum Mittagessen anbietet, und wir stimmen ihm mit Kopfnicken bei, daß Hühnerbraten etwas Gutes sei.“
“Ook hier komt de waard met een levende kip naar ons toe, die hij ons voor de lunch aanbiedt, en we stemmen knikkend met hem in dat gebraadde kip iets goeds is.”
„Ein Mann versteckt den Hühnerbraten, als sein Vater vorbeikommt.“
“Een man verstopt de gebraadde kip als zijn vader langskomt.”