„Jeder Bereich hatte auch fünf, sechs Stände, an denen man etwas trinken oder essen konnte: Schweine-, Ziegen-, Hühner- oder Hundefleisch.“
„Elke zone had ook vijf, zes kraampjes waar je iets kon drinken of eten: varkens-, geiten-, kippen- of hondenvlees.“
„Immerhin leben wir eine ganze Woche lang mit Hühnerfleisch und köstlicher Brühe.“
„We leven tenminste een hele week lang van kippenvlees en heerlijke bouillon.“