kippenklein- minder gewilde stukken vlees van een kip (ingewanden, hals, kop, vleugels)
weniger begehrte Fleischstücke eines Huhns (Innereien, Hals, Kopf, Flügel)
„Damit es auch alle wussten, öffnete sie beim Mittagesssen weit die Fenster, um mit dem Geruch nach Hühnerklein die Position der Familie zu unterstreichen.“
„Opdat iedereen het ook zou weten, opende ze tijdens de middagmaaltijd de ramen wijd om met de geur van kippenklein de positie van het gezin te onderstrepen.“