größerer, schwerer Klotz aus Holz als Unterlage zum Holzspalten oder zum Zerteilen von Fleisch
„Daneben ist der Kohlenkeller, und auf der andern Seite, vom Holzkeller mit Brettern abgeteilt, ist eine Art Bude, wo der Hackklotz steht und das Beil an der Wand hängt.“
„Daarnaast is de kolenkelder, en aan de andere kant, met planken van de houtkelder afgescheiden, is een soort hok waar het hakblok staat en de bijl aan de muur hangt.“
„Im allgemeinen sind Leuchtkörper für vorwiegend direktes Licht zweckmäßig, weil hauptsächlich der Ladentisch und der Hackklotz gut beleuchtet werden müssen.“
„In het algemeen zijn armaturen voor overwegend direct licht doelmatig, omdat vooral de toonbank en het hakblok goed verlicht moeten worden.“