„Sie führten beide einen Handwerksbetrieb, und beim Abendessen war bald die Rede von steigenden Betriebskosten, Problemen mit der Buchführung und ulkigen Kundenwünschen, über die sie herzhaft lachten.“
„Zij dreven beiden een ambachtsbedrijf, en bij het avondeten ging het al snel over stijgende bedrijfskosten, problemen met de boekhouding en grappige klantenwensen, waarover zij hartelijk lachten.“
„Des Weiteren gab es das Elsterviertel mit seinen Handwerksbetrieben und den Gemüsegärten vor dem Elstertor sowie das ›Jüdenviertel‹.“
„Verder was er de Elsterwijk met zijn ambachtsbedrijven en de moestuinen voor de Elsterpoort evenals de ›Jodenwijk‹.“