„Es verging eine Weile, dann öffnete sie die Augen wieder und sah in die Landschaft hinaus, die beständig wechselte; Saaten und Obstgärten und dann wieder weite Heidestriche.“
„Er ging een tijdje voorbij, toen opende zij de ogen weer en keek naar buiten naar het landschap, dat voortdurend wisselde; zaaivelden en boomgaarden en dan weer wijde heidestreken.“