huiskrekel- acheta domesticus, een vertegenwoordiger van de echte krekels
Acheta domesticus, ein Vertreter der echten Grillen
Nachts hört man die Heimchen zirpen.
’s Nachts hoort men de huiskrekels tsjirpen.
„In einer Ritze begann ein Heimchen zu zirpen, als frohlocke es über den Sieg, den es über alle die in Schlaf gesunkenen Menschen davongetragen hatte.“
“In een kier begon een huiskrekel te tsjirpen, alsof hij jubelde over de overwinning die hij op al die in slaap gezonken mensen had behaald.”
2
muurbloempje- vrouw die weinig bewonderd/gewaardeerd wordt
Frau, die wenig bewundert/geschätzt wird
„Und von diesem Heimchen verlangte man nun, die Kinder fortzuschaffen.“
“En van dit muurbloempje verlangde men nu de kinderen weg te brengen.”