„Es gab Himbeersträucher im Park und oft, wenn er und Terry auf ihren Rennrädern dort vorbeikamen, sprangen sie ab und pflückten sich rasch eine Handvoll.“
„Er waren frambozenstruiken in het park en vaak, wanneer hij en Terry daar op hun racefietsen voorbijkwamen, sprongen ze af en plukten snel een handvol.“