Die Hochzeiter haben den Hochzeitsbittern den Auftrag erteilt, die Hochzeitsgäste einzuladen.
Het bruidspaar heeft de huwelijksbidders opdracht gegeven de bruiloftsgasten uit te nodigen.
„Die Dorfbewohner standen am Straßenrand und warfen Blumen auf Hochzeiter und Gäste, die alle zu Fuß von der Kirche zum Haus der Braut hinaufstiegen.“
„De dorpsbewoners stonden langs de weg en gooiden bloemen naar het bruidspaar en de gasten, die allen te voet van de kerk naar het huis van de bruid omhoog gingen.“