houten schraag- stabiele, vierpotige standaard van hout
stabiler, vierbeiniger Ständer aus Holz
Es genügt, wenn wir eine Bohle über die Holzböcke legen.
Het volstaat als we een plank over de houten bokken leggen.
2
teek- bloedzuigend insect
blutsaugendes Insekt
Im Fell fand sich ein Holzbock.
In de vacht werd een teek gevonden.
3
boktor- insect dat hout aantast
Insekt, das Holz befällt
„Die waren bei Oma und Opa im Haus gewesen und hatten gesagt, daß sie von einer Behörde kämen und nachsehen müßten, ob Holzböcke im Dachstuhl seien.“
„Die waren bij oma en opa in huis geweest en hadden gezegd dat ze van een instantie kwamen en moesten controleren of er boktorren in de dakstoel zaten.“