„Die Feuer erloschen; glühende Holzstückchen stoben über die Ebene, Sand kroch im Dunkeln vorüber, wie Läusearmeen auf dem Vormarsch.“
"De vuren doofden; gloeiende stukjes hout stoven over de vlakte, zand kroop in het donker voorbij, als legers luizen in opmars."
„Court hörte ganz in seiner Nähe Gläser hinter der Theke zerbersten, der Eiskübel bekam eine Kugel ab, und 30 Zentimeter vor seiner Nase splitterten Holzstückchen von der Thekenkante ab.“
"Court hoorde vlak bij zich glazen achter de toog versplinteren, de ijsemmer kreeg een kogel, en 30 centimeter voor zijn neus spatten stukjes hout van de rand van de toog af."