„Als es vorbei war, kroch ich mit offenem Hosenlatz wieder unterm Schreibtisch hervor.“
„Toen het voorbij was, kroop ik met open broekklep weer onder het bureau vandaan.“
„Wenn der Hosenlatz eines Mannes offen ist, dann ist das sein Problem, du hast nichts gesehen.“
„Als de broekklep van een man openstaat, dan is dat zijn probleem, jij hebt niets gezien.“