Die Verben »regnen« und »geschehen« sind beliebte Beispiele für Impersonalien. Sie bilden Sätze wie: »Es regnete.« und »Es wird geschehen.«
De werkwoorden ‘regenen’ en ‘gebeuren’ zijn geliefde voorbeelden van onpersoonlijke werkwoorden. Ze vormen zinnen als: ‘Es regnete.’ en ‘Es wird geschehen.’
„Denn wo es überhaupt möglich ist, den Bestand eines Sprachgebiets an Impersonalien im Verlauf einer längeren Zeit zu verfolgen, wie im Indogermanischen, da nimmt deren Menge nicht ab, sondern zu.“
“Want waar het überhaupt mogelijk is de voorraad van een taalgebied aan onpersoonlijke werkwoorden in de loop van een langere tijd te volgen, zoals in het Indogermaans, daar neemt hun aantal niet af, maar toe.”