Anführer eines Stammes der Ureinwohner Nordamerikas oder Vorsteher eines indianischen Dorfes
„Gefragt, was sie als Kind gerne geworden wäre, antwortete Jarasch am letzten Samstag: ‚Indianerhäuptling‘. Das erregte die Missbilligung einiger Parteifreunde.“
"Gevraagd wat zij als kind graag had willen worden, antwoordde Jarasch afgelopen zaterdag: indianenopperhoofd. Dat wekte de afkeuring van enkele partijgenoten."
„Sie [Kopfläuse] zogen unter dem Federschmuck der Indianerhäuptlinge durch die weite Prärie, lange bevor Christoph Columbus seinen Fuß auf den amerikanischen Kontinent setzte.“
"Zij trokken onder de verentooi van de indianenopperhoofden door de wijde prairie, lang voordat Christoffel Columbus voet op het Amerikaanse continent zette."